|
| |
Vanaf het moment dat uw kind(eren) bij ons op school komt(en), volgen wij de
ontwikkeling door regelmatige observaties en toetsen. Dit noemen wij een
leerlingvolgsysteem. Het doel van het leerlingvolgsysteem is de vorderingen en
de ontwikkeling van de individuele leerling te volgen, zodat het mogelijk wordt
het onderwijs zo goed mogelijk op de behoefte van de leerling af te stemmen.
Vorderingen van onze leerlingen worden bijna dagelijks door de leerkrachten
bijgehouden. Schriftelijk werk wordt beoordeeld en observaties vinden plaats.
Jaarlijks geven we de resultaten voor de leerlingen weer in een rapport.
Het volgen van de ontwikkeling gebeurt al vanaf groep 1. In de kleutergroepen
gebruiken we vanaf dit schooljaar het observatie- en registratiemodel KIJK (zie
3.1).
Vanaf groep 3 zijn er voor diverse vakken methode gebonden toetsen, zoals bij
taal, spelling, rekenen en enkele wereldoriënterende vakken aanwezig. Deze
toetsen worden regelmatig afgenomen.
Daarnaast gebruiken wij methode onafhankelijke toetsen (CITO toetsen) voor o.a.
technisch lezen, spelling, begrijpend/studerend lezen en rekenen en wiskunde.
De methodeonafhankelijke toetsen stellen ons in staat om de ontwikkeling van de
leerlingen te vergelijken met een landelijk gemiddelde. De toetsen worden enkele
malen per jaar afgenomen en in een teamvergadering met de intern begeleider
besproken.
Aan het eind van groep 7 nemen we de zgn. CITO- entreetoets af. De toets
verschaft ouders, leerlingen en de school informatie over de beheersing van de
leerstof en de vraag of en in hoeverre leerlingen tekorten vertonen in de
beheersing van minimaal vereiste vaardigheden op het gebied van taal, lezen,
rekenen en informatieverwerking.
In groep 8 maken de leerlingen begin februari de "Eindtoets basisonderwijs" van
het CITO. De uitslag van de toets wordt medio maart verwacht. Met deze
Cito-toets wordt nagegaan in hoeverre uw zoon of dochter zich de leerstof van
het basisonderwijs heeft eigengemaakt. Deze toets bestaat uit de onderdelen:
taal, rekenen-wiskunde, studievaardigheden en wereldoriëntatie.
Voor alle duidelijkheid: zaken als werkhouding, doorzettingsvermogen,
intelligentie, motivatie en zelfstandigheid worden niet getoetst, maar blijven
wel belangrijk. Deze aspecten worden door ons wel in het eindadvies meegewogen.
Uiteraard volgen we ook de sociaal-emotionele ontwikkeling van onze leerlingen.
Hiervoor gebruiken we de zgn. Sociale Competentie Observatie Lijst (SCOL).
Indien hiervoor aanleiding is voeren de leerkrachten, waar nodig in aanwezigheid
van de gedragsspecialist/interne begeleider, een gesprek met de ouder(s).
Van iedere leerling wordt een (digitaal) dossier bijgehouden. Daarin staan o.a.
alle toetsgegevens, handelingsplannen en gespreksverslagen. Ouders hebben recht
op inzage en kunnen desgewenst een verzoek richten aan de directie.
|